Het CBS heeft in de publicatie Gezondheid en zorg in cijfers 2018 verslag gedaan van de ontwikkelingen op het terrein van de statistieken over gezondheid en zorg. 


Banen in Nederland

Het aantal banen in Nederland groeit al drie jaar flink. In 2017 kwamen er 207 duizend bij, de grootste toename sinds 2008. Daarmee kwam het totaal op 10,2 miljoen, waarvan 8,1 miljoen werknemersbanen en 2,1 miljoen banen van zelfstandigen. In vergelijking met 1995 is het aantal banen met 27 procent toegenomen. Het aandeel zelfstandigenbanen is gedaald van 21 procent naar 20 procent.

Wie werken er in de sector zorg en welzijn? 

In 2017 zijn bijna 1,26 miljoen mensen werkzaam in de sector zorg en welzijn. Exclusief kinderopvang zijn dit ruim 1,17 miljoen mensen. Een ruime meerderheid (84,0 procent) is vrouw. Voor de hele Nederlandse arbeidsmarkt is de man-vrouwverdeling evenwichtiger (46,9 procent vrouw). In de Geestelijke gezondheidszorg en het Sociaal werk zijn in verhouding tot de andere branches binnen zorg en welzijn de meeste mannen werkzaam (respectievelijk 26,1 procent en 26,9 procent).

Binnen de sector zorg en welzijn is de verpleging, verzorging en thuiszorg de grootste branche (391,8 duizend personen), gevolgd door de drie branches ziekenhuizen, universitair medische centra en overige medisch specialistische zorg (292,0 duizend personen). Met 29,8 duizend personen is de jeugdzorg de branche met het kleinste aantal werknemers. Er is 33,2 procent van de werknemers in de sector zorg en welzijn jonger dan 35 jaar en 22,7 procent is ouder dan 55 jaar.

Daarmee zijn werknemers in deze sector gemiddeld net wat ouder dan in de rest van de Nederlandse arbeidsmarkt. In de kinderopvang zijn relatief veel jongeren (47,9 procent) en weinig ouderen werkzaam (11,8 procent). In de verpleging, verzorging en thuiszorg zijn juist relatief veel ouderen (27,2 procent) en weinig jongeren werkzaam (28,7 procent). Het AZW-programma kent 28 arbeidsmarktregio’s.

De regio Rijnmond telt met 79,3 duizend de meeste werkenden in de sector zorg en welzijn, gevolgd door Haaglanden en Nieuwe Waterweg Noord en Utrecht en omgeving. Gooi- en Vechtstreek telt met 16,6 duizend de minste werknemers in de sector.

In het derde kwartaal van 2018 waren er 1,4 miljoen werknemersbanen in de bedrijfstak zorg en welzijn. Dat is 2,6 procent meer dan een jaar eerder. Voor alle bedrijfstakken samen bedroeg de groei 2,5 procent. Dit meldt het CBS op basis van gegevens die zijn verzameld voor het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt zorg & welzijn (AZW). De toename van het aantal banen was het grootst in de branches kinderopvang en geestelijke gezondheidszorg (respectievelijk 7,1 en 7,4 procent). In de branche universitaire medische centra (UMC’s) was de stijging het kleinst (0,8 procent). Alleen in de branche sociaal werk waren er minder banen vergeleken met een jaar eerder (-2,6 procent).

In het derde kwartaal van 2018 was 1 op de 6 banen in Nederland een functie in de bedrijfstak zorg en welzijn. De bedrijfstak heeft een lagere deeltijdfactor dan de totale arbeidsmarkt. In de zorg en welzijn is het aantal contracturen gemiddeld 67 procent van de voltijdsaanstelling. Voor de totale groep werknemers is dat 75 procent.